'De stad is van iedereen'

Gary Gravenbeek – bekend als Duimalot – is van alles: muzikant, danser, acteur, woordkunstenaar. Maar één ding is hij vooral: Utrechter. Zijn nummer Freedom City wordt gebruikt als anthem voor 900 jaar Utrecht, het feest dat in juni van start gaat. Met het lied brengt hij een ode aan de stad waar hij is geboren en getogen.


In welke wijk ben je opgegroeid? “Tot m’n tiende woonde ik in Hoograven. Daarna ben ik verhuisd naar Lunetten, toen naar Kanaleneiland en Zuilen. Voor mij zijn ook dít de wijken die de stad maken. Het zijn iconische plekken: in Hoograven wonen mensen al generaties lang. Als ik daar kom, voelt het alsof ik in een dorp ben. Het is echt ons kent ons. Nu woon ik in Ondiep, daar liggen m’n roots. Toen mijn oma uit Suriname kwam, is ze daar gaan wonen. Het is een hele hechte wijk – de mensen die daar wonen, willen er nooit meer weg.”

Was je als klein jongetje al met muziek bezig? “Jazeker. Ik luisterde al op jonge leeftijd veel naar Nederlandse hiphop. Fresku, Zwarte Schapen, StropStrikkers. De echte shit, gewoon. Ik zat uren op mijn kamer met de radio aan, en sprong van de kast naar m’n bed. Zo kon ik mijn energie kwijt. Ik was altijd aan het performen, kende de videoclips van TMF uit m’n hoofd en deed elk jaar mee aan de playbackshow op school. Ik had een uitlaatklep nodig.”

En nu zijn muziek, dans en theater je uitlaatklep? “Klopt, eigenlijk doe ik alles waar ik plezier uithaal. Ik volgde een dansopleiding aan het ROC, en werk als acteur, choreograaf en danser. Ik heb projecten gedaan bij Theater Utrecht en het Nationaal Theater. Ik hou van rappen, maar bijvoorbeeld ook van jongleren en diabolo. Als ik mijn energie maar kwijt kan.”

Hoe kwam je in aanraking met Utrecht 900? “Twee vrienden van me organiseerden een evenement vanuit Free DOM, een stichting die hiphop wil laten groeien binnen Utrecht. Ze vroegen of ik daar een rap voor wilde schrijven. Natúúrlijk wilde ik dat – nu had ik een vrijbrief om over mijn eigen stadsie te zingen. Daar rolde Freedom City uit. De organisatoren van Utrecht 900 hoorden het lied en vroegen of ze het mochten gebruiken.”

Hoe doe je dat, een nummer over Utrecht maken? “Ik wilde dat het echt een anthem zou worden, een volkslied. Het mocht dus best een beetje nationalistisch zijn. Ik ben er trots op dat ik hier vandaan kom, en dat wilde ik overbrengen. Ik zing over Utrecht als ‘het beloofde land’. Het nummer moet iedereen uit de stad aanspreken, daarom rap ik ook over allerlei wijken. Ik wil dat mensen uit Sterrenwijk en uit Wittevrouwen samen meezingen en zich één voelen.”

“Ik was tijdens het schrijven ook wel nostalgisch. In het refrein zing ik: ‘Het is de gracht, het is de kleur, het is de pracht, het is de geur.’ Weet je, misschien romantiseer ik Utrecht ook wel een beetje in het nummer.”


Waar liet je je door inspireren? “Sowieso door hiphop, omdat dat in de kern draait om delen en samen plezier maken. Dat spreekt me aan.”

Waarom is het belangrijk om stil te staan bij de verjaardag van Utrecht? Lachend: “Voor mij is het gewoon een excuus om onze stad te vieren. Maar Utrecht 900 moet ook voor meer saamhorigheid zorgen. Het thema is ‘Stad zonder Muren’ en dat dekt precies de lading. Daarom zing ik: ‘Jullie hoeven niet aan de kant, hier is plek voor Jan en Alleman.’ Iedereen is welkom en de stad is van iedereen – of je nou in Oudwijk of in Overvecht woont. Ik hoop dat we dat gaan voelen tijdens Utrecht 900.”

Hoe zien de komende 900 jaar Utrecht eruit? “Eigenlijk ben ik tevreden met hoe het is. Hoewel, meer podia en meer café- en theaterfestivals, dat lijkt me een goed idee. En van mij mag Utrecht best de hoofdstad van Nederland worden, maar dan zónder de toeristen.”


Ik schreef dit artikel voor de Uitagenda.